“Vroeger stootte ik Lex van me af, maar nu denk ik: wat gezellig dat hij er is.”

Soms zijn er pareltjes in het werk van een jeugdzorgmedewerker die je extra blij maken. Zo noemt Ellen van der Helm, orthopedagoog en ambulant begeleider, het gezin van Lex, een van de succesvolste verhalen die ze bij HKC is tegengekomen. Zowel het kind als de ouders hebben de afgelopen drie jaar enorme stappen gezet om dichter tot elkaar te komen.

 

Lex, een jongen van toen 10 jaar, heeft autisme, adhd en odd. Zijn ouders Peter en Janna klopten 3 jaar geleden bij Happy Kids Care aan. Ze hadden toen al van verschillende instanties hulp gekregen, maar tot nu toe hun doelen nog niet kunnen bereiken. Ze waren zoekende en hoopten op meer begrip voor hun kind. Het totaalpakket dat HKC kon aanbieden, bestaande uit, ambulante begeleiding, maar ook gezinsbegeleiding en logeren sprak hen aan.

“Er was veel mis in de communicatie in het gezin”, vertelt Ellen. “Vooral tussen moeder en kind, want niet alleen de problematiek van Lex speelde daarin een rol, maar ook zijn moeder Janna heeft autisme. Als Lex driftbuien had en dacht dat de hele wereld tegen hem was, als hij stampvoette en met spullen gooide, weerde Janna haar kind van zich af. Ze pakte de signalen niet op en had geen oog voor wat Lex nodig had”.

Brandjes blussen

Ellen startte de begeleiding met psycho-educatie; uitleg over autisme en adhd aan Janna. Met Lex begon zij met emotieregulatie. Ze leerde hem wat hij zelf kon doen om minder boos te worden. Het brandje in hem blussen bijvoorbeeld. Ellen heeft een mooie herinnering: “Janna had een echt brandblussertje wat zij tevoorschijn haalde op de boze momenten van Lex. Door die betrokkenheid kwamen Janna en haar zoon echt in contact. Janna is heel leergierig en doet haar best om alles in de praktijk toe te passen.”.

Moeder en zoon gingen samen aan de slag met het zogeheten ‘boosboekje’ waarin ze elke dag drie dingen beschreven die die dag goed waren gegaan en een minder goed. Op een dag zei Lex tegen Ellen ‘Ik geloof dat mama en ik elkaar niet begrijpen’.  “Ik vond het bijzonder dat Janna hem toen uit zichzelf ging uitleggen dat ze zelf ook autisme heeft. In een oefening uit de ‘Geef me de 5-methodiek’ maakten we moeder en zoon met een streepjescode bewust van de overeenkomsten en verschillen tussen hen. Nu zegt hij soms: Ja mam, dat is nou eenmaal ons ding.”

Je moet het de tijd geven

Ellen sprak met Lex en Janna af dat wanneer Lex boos is, hij eerst naar zijn kamer boven gaat om tot bedaren te komen. “Dat hebben we vaker moeten herhalen, je moet dingen tijd geven”, legt Ellen uit. “Maar op een gegeven moment kwam hij zelf naar beneden en kon hij vertellen wat hem dwars zit. En toen hij een keer boos van school kwam zei hij tegen zijn moeder ‘Ik wil eigenlijk met m’n tas smijten, maar ik ga nu eerst naar boven en kom straks terug om met je te praten’”.

Ellen vindt het heel knap hoe Lex het doet. “Vroeger zat hij in zijn cocon, maar je kunt nu echt een gesprek met hem aangaan en hij denkt meer na. Bijvoorbeeld toen hij op school moest samenwerken met een jongen die hem pestte. Lex vertelde achteraf dat het stemmetje van Ellen toen naar boven kwam dat zei dat kinderen ook leuk kunnen zijn, al doen ze soms naar. ‘Hij was best aardig en ik heb hem een compliment gegeven over zijn haar’. “

Een stevige basis

Ellen straalt wanneer ze over de behaalde resultaten vertelt. “Ik vind het zo knap van Janna hoe ze zich erin vastbijt om Lex beter te begrijpen. En dat zij zich niet verschuilt achter haar eigen autisme. Ze zei zelfs: ‘ Vroeger stootte ik Lex van me af, maar nu denk ik: wat gezellig dat hij er is.”

In drie jaar is er veel bereikt. Toch heeft het gezin nog een verlenging van de ondersteuning aangevraagd. Dat geeft rust. Lex’ vader Peter is sinds kort ook aangesloten bij de gesprekken. Hoewel de communicatie tussen hen beter verliep, beseft hij nu ook dat er zeker nog verbetering mogelijk is.

Ellen: “Janna heeft nog wat hulp nodig om signalen vroegtijdig op te pikken. En Lex wil af en toe nog graag klankborden met zijn moeder en mij. ‘Jij bent onze vertaler’, zegt hij dan. Het is zo mooi om te zien hoe het gezin stappen heeft gemaakt. We gaan nog een jaartje door, waarin we elkaar iets minder vaak zien. Zo kunnen we het gezin echt een stevige basis terug geven. Daarna zal ik ze met een gerust hart verder laten gaan”.

 

*De namen van Lex, Peter en Janna zijn om privacyredenen fictief.

Van agressief naar assertief

Van agressief naar assertief

Dit is een te mooi verhaal om voor onszelf te houden.

In de zomervakantie van 2018 kwam Peter* (12 jaar) voor het eerst  bij ons met een diagnose ADHD  en NOA gedrags- en leerstoornis. Hij was fysiek en verbaal agressief. Zijn gedrag was onvoorspelbaar op het moment dat andere kinderen hem uitdagen. Peter had een laag zelfbeeld. Hij vond dat niemand hem begreep en iedereen tegen hem was.  Happy KidsCare ging met Peter aan het werk om zijn zelfbeeld en sociale vaardigheden te vergroten.

Observatie

Tijdens de begeleidingsperiode merkten we op dat Peter onaardige opmerkingen maakte naar andere kinderen. Die konden zijn gedrag niet waarderen, wat zijn zelfbeeld nog meer bevestigde. Dat was zijn bewijs dat hij er niet toe deed. Een krachtige observatie, waarmee de begeleiders aan de slag konden in de begeleiding die eenmaal per maand tijdens een weekend of een midweek 24 uur per dag plaatsvond.

Signalenkaart

Samen met Peter maakten we een signalenkaart, met als doel om manieren te zoeken om hem te kunnen helpen op het moment dat hij agressief of onaardig was. Door dit samen te doen gaven de begeleiders Peter inzicht in zijn eigen gedrag, zonder dat te veroordelen. Dat gaf vertrouwen dat hij er zelf invloed op had. De begeleiders benoemden ook wat er wel goed ging, wat hij wel leuk deed op de momenten dat het plaatsvond.

Vertrouwen

Peter trok zich vaak terug op zijn kamer, omdat hij zich daar veilig voelde en, zo zei hij zelf, 'zodat andere mensen geen last van hem hebben.' Terwijl hij op zijn kamer zat, kwamen begeleiders om beurten  een bezoekje brengen. Ze stelden hem geïnteresseerd vragen of speelden zijn favoriete spelletje 'Dubsmash' op de iPad. Zo maakten de begeleiders contact met hem. Als Peter niet mee wilde eten, dan brachten ze eten op zijn kamer. Als hij niet mee wilde doen met een activiteit, zeiden ze dat ze dat heel jammer vonden, maar dat hij altijd welkom was, mocht hij zich bedenken. Keer op keer gaven de begeleiders hem een welkom gevoel, zonder te dwingen.

We vroegen Peter met welke kinderen hij een klik voelde. Hij noemde een aantal kinderen op en we vroegen of hij het leuk zou vinden om met één van die kinderen op de kamer te slapen. Dat was de eerste stap naar leuk contact met leeftijdsgenoten. Steeds vaker deed Peter met een activiteit mee. Dat ging nog niet altijd soepel. Soms sloeg zijn gedrag zomaar zonder reden om en trok hij zich terug in zijn kamer. Maar steeds meer stond hij zichzelf toe het plezier te voelen en lol te maken en kwam er zelfs ruimte voor enthousiasme en initiatief.

Samenspelen

Peter nam spelletjes mee waar andere kinderen ook aan mee konden doen. Hij deelde graag en vroeg kinderen uit om samen iets te doen. Het hoogtepunt kwam tijdens een logeerweekend, toen Peter heel weinig achter zijn iPad zat, maar aan alle activiteiten op het programma meedeed en ontzettend veel lol had. Hij kon het aan als we hem iets weigerden, zonder boos te worden en weg te lopen.

Binnen zeven maanden ontwikkelde Peter zich tot een jongen die zijn boosheid kan hanteren en heel leuk met andere kinderen kan spelen.  Zijn zelfbeeld is enorm gegroeid. Door de positieve benadering in een veilige omgeving kon hij positief worden. We zijn hartstikke trots op hem!

*Om privacy-redenen is de naam van Peter gefingeerd.